Wedijverende componisten zetten jubileum luister bij

door Antonie den Ridder. maandag 31 maart 2008 

RHENEN - Het is zaterdagochtend en Rhenen wrijft zich de slaap uit de ogen. 

Het plein rond de Cuneratoren ligt er verlaten bij onder een bleek zonnetje. Haast onmerkbaar komt er leven in het carillon, maar de straffe wind verwaait de eerste aarzelende klanken bij het inspelen. Dan om klokslag half tien vlamt de muziek op uit de klokkentoren; een triomfantelijke inzet bij de improvisatie op het Rhenense volkslied Een schatje van een stadje. 

Op dit teken verzamelt een groepje mensen zich in de nabijheid van de toren om Klaas de Haan, de vaste beiaardier van Rhenen, aan het werk te horen. "Are you going to play?", vraagt iemand. En prompt realiseer ik me dat het hier wel om een internationaal evenement gaat. Vandaag wordt tijdens de Jaarvergadering van de Nederlandse Klokkenspel Vereniging hier in Rhenen bekendgemaakt welke winnaars de Internationale Beiaardcompositiewedstrijd heeft opgeleverd. 

Inmiddels heeft Klaas de Haan, ooit zelf winnaar van zo'n competitie, de speciaal voor de gelegenheid geschreven Cunerasuite ingezet. Om de meester aan het werk te zien, beklim ik de toren. Op eenzame hoogte in een soort glazen aquarium onder de verweerde hanenbalken, zit de beiaardier achter het stokkenklavier. Volledig geconcentreerd en met het zweet op het voorhoofd brengt hij als laatste het Preludium 3 van Matthias van der Gheyn ten gehore. 

Ik kijk uit over een popperig stadje aan een nietig stroompje. Ik meen nu iets beter de relativerende glimlach van de beiaardier te kunnen duiden. 

Later, in het gemeentehuis wordt de uitslag van de Internationale Beiaardcompositiewedstrijd bekendgemaakt door burgemeester Joost van Oostrum. En met trots, omdat op deze wijze het 750-jarig bestaan van Rhenen luister is bijgezet. 

De eerste prijs gaat naar een reeds vele malen gelauwerde Belgische klokkenist, Geert D'hollander, de tweede naar David Carter uit de VS en de aanmoedigingsprijs naar de jonge Nederlandse deelnemer Rens Tienstra.

Bron: De Gelderlander

Artikel afdrukken