De Cuneralegende


De geboorte van Cunera

Aurelius, kroonprins van het toenmalige koninkrijk York (Engeland), reisde met een groep strijders naar het Heilige Land om daar de heidenen te verjagen. Hij werd gevangen genomen en opgesloten in de kerker van de sultan van BabyloniŽ. De dochter van deze sultan, Florencia, verzorgde Aurelius en kreeg hem lief. Samen vluchtten ze terug naar York, waar Florencia gedoopt werd. Aurelius hoorde van een jood een profetie, dat Florencia een dochter zou krijgen, die geluk aan veel mensen zou brengen en veel wonderen zou verrichten. Het kind werd geboren en de ouders noemden haar Cunera.

De bedevaart naar Rome

In het jaar 337 ging de heilige Ursula op bedevaart naar Rome in gezelschap van 11.000 maagden, waaronder Cunera. Op de terugreis uit Rome kwam de groep per schip in Keulen aan en werd daar door heidenen overvallen en uitgemoord. De "koning van de Rijn", Rabbodus, zag dit gebeuren en redde Cunera. Hij bracht haar naar zijn hof te Rhenen, waar Cunera een vroom en Christelijk leven leidde in een heidense omgeving. Zij was zo plichtsgetrouw, dat de koning haar alle sleutels van het hof toevertrouwde. De koningin echter werd langzamerhand jaloers en begon slechte dingen over Cunera te vertellen.

Het wonder van de spaanders

Op een keer, toen de koning met zijn vrouw en vrienden aan tafel zat en Cunera hen bediende, zag de koningin dat Cunera de resten van de maaltijd verzamelde en apart wegzette. Even later verborg Cunera de etensresten in haar schort en ging naar de poort waar de armen zaten. De koningin zag haar weggaan en klaagde tegen de koning, dat Cunera hun eten verspilde aan de armen. De koning riep Cunera terug. Zij werd bang en vroeg God haar te helpen. Toen zij haar schort opendeed, bleek het eten veranderd te zijn in houtspaanders. De koning bestrafte zijn vrouw voor haar leugens. De jaloezie van de koningin groeide. Samen met haar dienstmaagd bedacht zij een plan om Cunera te vermoorden.

De moord op Cunera

Een tijd daarna ging de koning met zijn vrienden op jacht. De koningin en haar dienstmaagd wurgden Cunera met haar eigen halsdoek en begroeven haar in de paardenstal. Dit gebeurde op 28 oktober 340. Toen koning Rabbodus weer thuis kwam, miste hij Cunera en vroeg waar ze was. De koningin vertelde, dat Cunera's ouders waren gekomen en haar hadden meegenomen. Intussen brachten de knechten de paarden naar de stal. De paarden weigerden de stal binnen te gaan. De knechten zagen brandende kaarsen in de stal verschijnen. De koning werd erbij gehaald en zag de omwoelde aarde in de stal. Al gauw werd het lijk van Cunera gevonden. De koning was woedend over de lafhartige moord. De koningin en de dienstmaagd werden zwaar gestraft.

De Koning liet Cunera begraven op de plaats, die nu nog bekend staat als het Cuneraheuveltje.

De heiligverklaring van Cunera

Ruim 300 jaar later reisde de Utrechtse bisschop Willibrord naar Keulen. Toen hij onderweg in Rhenen was, bezochten enkele wijze mannen hem en vertelden, dat er veel wonderen gebeurden bij het graf van Cunera. Willibrord beloofde hen dat hij op zijn terugreis weer naar Rhenen zou komen om Cunera heilig te verklaren. Op de terugreis uit Keulen vergat Willibrord zijn belofte. Toen het schip langs de Grebbeberg voer stak er plotseling zo'n hevige storm op, dat het schip dreigde te vergaan. Willibrord smeekte God de storm te laten bedaren. Toen de storm ging liggen herinnerde Willibrord zich zijn belofte aan de Rhenenaren. Bij het graf van Cunera aangekomen, nam Willibrord een spade en groef het lichaam op. Het lag onaangetast met de wurgdoek nog om de hals in het graf. Het lichaam werd overgebracht naar de kerk in Rhenen en Cunera werd heilig verklaard. Bisschop Willibrord bepaalde dat de moord op Cunera op 28 oktober en haar heiligverklaring op 12 juni herdacht zou worden.

In English